Archief voor Brufenneke

Wijvenweek: topwijf

Er zijn twee vormen van ik: werkende ik en zetelzittende ik.

In mijn professionele omgeving moet ik en diplomatisch en slim en ijverig en geordend en teamplayer en zelfstandig zijn. Ik moet multitaskend met duuzd dingen tegelijkertijd bezig zijn.
Ik moet en controleren en telefoneren en communicatief sterk zijn en analyseren en en en… teveel om op te noemen. En dat allemaal tussen half 9 en 5, en vaak ook veel later. Ik moet alles kunnen. Het een mag niet minder goed zijn dan het ander. En dat lukt. Buiten dat diplomatisch zijn, daar heb ik nog wat over te leren.

Maar dat wordt volledig gecompenseerd als ik dan eindelijk thuis ben en mijn zetel zie. Dan kan ik niet multitasken, dan doe ik geen duuzd dingen tegelijkertijd. Mijn huishouden is het minst van mijn zorgen en mijn persoonlijke administratie is ronduit een ramp.
Wat ik teveel doe op mijn werk, doe ik te weinig in mijn privesituatie.
De zetelzittende ik is lui, ongeordend en heeft weinig oog voor detail.
Van de moment dat ik een voet thuis binnen zet na een slopende werkdag, wordt er een knop in mijn hoofd op ‘foert’ gezet.

Ik mag dan misschien wel een topwijf zijn op het werk, in mijn prive leven ben ik alles behalve dat.

Een echt topwijf is altijd een topwijf.

Ik ben geen topwijf.

Wijvenweek: Zelfcensuur

Doe ik aan zelfcensuur? Ik flap alles eruit wat in me opkomt, op twitter, op Facebook en als het echt iets ‘groots’ is komt het ook wel op de blog terecht. Denk ik…

Is er iets waar ik niet over durf praten? Iedereen weet dat ik mezelf te dik vind maar dat ik niet het karakter heb te dieten. Iedereen weet dat ik mezelf niet mooi vind. Iedereen weet dat ik onzeker ben, ondanks mijn zeker voorkomen. Iedereen weet dat ik lui ben en ons appartement soms overhoop ligt tot grote ergernis van het lief. Iedereen kent ook mijn frustraties op het werk.

Ik ventileer, via verschillende kanalen… Ik ben echt aan het nadenken over iets wat ik niet zou ‘durven’ zeggen. Maar eerlijk denk ik dat alles al gezegd is.

Wijvenweek: mijn droom

Vandaag gaat het wijventhema over dromen. Iedereen heeft kent wel de typische dromen over een huis, nen auto, kinderen, succes,… Ik heb dat minder. Ik droom niet van een kroostrijk gezin (wel bij een ander), wel van een huis, nen hond, een kat, mijn lief en ik in een verder leven…

Maar als ik over dromen denk, denk ik aan die ene droom die al sinds mijn kinderjaren aanwezig is. Om de zoveel tijd droom ik die droom, en ik ben daar nooit tevreden mee. Ik geloof niet in het paranormale en ik geloof ook niet dat men de toekomst kan voorspellen. Ik ben nuchter en sta met mijn voeten op de grond.

MAAR !

Ik heb een droom, een droom die telkens terugkeert. Een droom die iets lijkt aan te kondigen. Ik droom over pijnlijke tanden, en zelfs tanden die uitvallen. En telkens zeg ik tegen mezelf in de droom ‘Lies, je weet dat het een droom is’ en elke keer zeg ik daarna ‘jama deze keer doet het echt echt echt pijn en staat die tand echt echt echt los en die tanden zijn echt echt echt wel weg’.

En dan word ik wakker. En doet gans mijn mond pijn. Het eerste wat ik doe, is met mijn vinger het aantal tanden checken. Maar de pijn vind ik meestal niet zo erg, maar hetgeen dat er op volgt is meestal qua ernst recht evenredig met het aantal tanden die ik kwijt ben geraakt in de droom en hoeveel pijn ik achteraf ervan heb.

Het begon met 1 tand en een heel slecht rapport. Meerdere tanden en het terminaal ziek worden van mijn grootmoeder. Ganse onderkant kwijt en mijn grootmoeder overleed. Ik begon als kind een patroon te zien, een patroon dat nog steeds aanwezig is in mijn leven.

Ik weet nooit wat de droom juist voorspelt, maar ik weet wel dat max een week later, iets ernstigs zal gebeuren in mijn omgeving.
Ik krijg daar kippenvel van. Ik geloof daar niet in. En toch ben ik op mijn hoede als ik nog eens wakker wordt met tandpijn.

De laatste keer dat ik het droomde, is mijn grootmoeder een paar dagen later in het ziekenhuis beland, waardoor ze uiteindelijk in een rusthuis is terecht gekomen en een lange revalidatie moest ondergaan.

Ik hoop het nooit meer te moeten dromen !

Wijvenweek: Een mening !

Yep! Ik heb een mening! En vele mensen hebben daar af en toe problemen mee, meestal dankzij mijne vranken teut die ik meestal niet kan houden. En als ik hem al kan houden, voor die paar minuten, uurtjes, dagen, ja soms weken, dan komt het er uiteindelijk toch uit. Op een of andere manier, zelden enorm diplomatisch.

Maar vandaag heb ik liever geen mening. Vandaag vind ik het niet de moment om af te geven op de maatschappij. De maatschappij is geschokt, ik ben geschokt. Kinderen om ons heen, en veel dichter dan dat ik besef (Heverlee is echt wel petieterig klein) zijn vannacht overleden. Een nationale ramp.

Mijn gedachten gaan nu uit naar de ouders, familieleden en vrienden van alle verkeersslachtoffers. Zowel die van vorige nacht, als alle anderen die het slachtoffer geweest zijn van een gruwelijk ongeluk.
En in het bijzonder ook naar de familieleden van de buschauffeur.

Wees gerust, de mening komt vroeg of laat nog wel naar boven.

Wijvenweek: kleine kantjes

 

Goh, waar moet ik beginnen en waar zal ik stoppen?

 

Ik krijg heel vaak te horen dat ik een harde ben, dat ik zeer zelfzeker ben en dat ik communicatief sterk in mijn schoenen sta. Vroeger waren het de ex liefjes die me dat kwamen vertellen, nu hoor ik hetzelfde op professioneel vlak. Ik zie vele dingen zwart-wit. Mijn moeder noemde me altijd ne halve jongen en ook op mijn vorige werk kreeg ik af en toe het ‘verwijt’ te denken als een vent.

 

Maar ik ervaar mezelf zo niet. Ik zie mezelf als een zeer onzeker persoon, die misschien wel een muur om zich heen bouwt, maar die toch vooral heel onzeker is. Ik kom zo niet over, blijkbaar. Nochtans ben ik constant aan het denken wat bepaalde mensen van me vinden, hoe ik overkom bij sommigen en vooral ‘vinden ze me een toffe?’.

 

Ik heb het al lang opgegeven om mezelf populair te maken. Er zijn mensen die me leuk vinden, er zijn mensen die me niet kunnen uitstaan. Maar soms wil je goed overkomen, vooral bij zijn vrienden en familie. Die eerste ontmoetingen, en vooral de dagen ervoor, waren dan ook een hel voor mij. En dan achteraf het gepieker ! Oh dear !

 

En soms, heel soms, 2 keer op een jaar, komen de tranen. Tranen, bij mij, diegene die nog niet weende als haar grootmoeder voor haar in een kist dood lag, diegene die nog niet weende als ze ontdekte dat haar lief haar bedroog, diegene die nog niet weende toen ze haar voet op 5 plaatsen brak en alle gewrichtsbanden die er rond zaten afknakten. Kortom, ik ween niet. Nooit!

 

Behalve dan die 2 keer per jaar. 2 keer per jaar besef ik dat ik niet ben zoals ik wil zijn, dat niet iedereen me even leuk vindt als dat ik zou willen.

2 keer per jaar heb ik een gigantische huilbui, en dat kan getriggerd worden door iets heel onnozel, maar op die 2 momenten van het jaar, is het me allemaal eventjes teveel, en wil ik gewoon als een klein meisje vastgehouden worden, en in slaap worden gewiegd.

Wijvenweek: bjoetiekwien

Bam: de eerste dag van de week, en meteen ongeveer het moeilijkste onderwerp voor mij, het uiterlijk!

Ben ik tevreden met mijn uiterlijk? Neen!

Wil ik daar iets aan doen? Ja!

Wil ik daar moeite voor doen? Nee zenne!

Ik bewonder de mensen die ’s morgens de energie hebben om te douchen, haren te wassen en te drogen, in te smeren met 100 verschillende soorten W/O emulsies en daarna nog eens zichzelf nog verven ook.
Ik vraag me dan regelmatig af: hoe zou ik eruit zien als ik die moeite kon opbrengen?

Ik ben echt niet bezig met mijn uiterlijk. Toegegeven, ik heb een beetje geluk. Ik heb geen last van overtollige beharing op onmogelijke plaatsen. Ik heb geen last van een huid die overgevoelig is aan de zon, ik heb geen last van grote voeten en wallen onder de ogen zijn ook een zeldzaamheid, hoe moe ik ook mag zijn.

Aan de andere kant ben ik mijn babyvet op mijn handen nooit kwijtgeraakt, heb ik sproeten op mijn neus en ben ik een paar kilo’s te zwaar voor goed te zijn.

Alles draait om comfort bij mij. Ik lig ’s morgens graag 30 minuten langer in bed tegen het lief aan, dan moeite te doen voor mijn uiterlijk. Ik doe liever kleren aan waar ik het aangenaam warm in heb, en waar ik me vrij kan in bewegen, dan hipster- of sjiesjiekleren. ’s Avonds kan je me thuis terugvinden in pyjama of training. Van de moment dat ik thuiskom van mijn werk, spring ik ofwel de douche in, ofwel doe ik iets gemakkelijker aan, voor zover dat mijn ‘werkoutfit’ niet gemakkelijk is.

Dus af en toe vraag me wel eens af: hoe zou ik eruit zien als ik wel die moeite zou kunnen opbrengen om me op te maken, om constant te diëten, om elke dag mijn haar perfect in de plooi te leggen?

Maar waarom zou ik? Als ik aan het lief vraag of ik me moet schminken is ‘neen’ het antwoord dat ik krijg. Als ik aan het lief vraag of ik een beetje fatsoenlijk ben voor naar zijn familie te gaan is ‘ja’ het woord dat over zijn lippen komt.

Enkel mijn moeder zou me liever vrouwelijker door het leven zien dartelen. Maar zij is misschien de enige die het durft te zeggen?

En ja, ik ben net thuis gekomen, en ja ik heb meteen mijn pyjama aangetrokken: